


Donderdag 27 augustus, dag 231.
Heel slecht geslapen, vanwege het gehoest en gedraai van Frans. Ik had het stik benauwd vanwege de ijle lucht daarboven. Frans dacht dat hij weer een longontsteking had, dus maar voor de zekerheid gestart met een antibiotica kuurtje. Ik hoop dat hij er snel weer boven op is, want zo is er voor hem ook niets aan en voor mij natuurlijk ook niet.
Vanmorgen onze boel weer ingepakt en Henny en Jo gedag gezegd, zij gaan vandaag de krater “doen”. Wie weet komen we elkaar nog weer tegen, want ze gaan nog even de zelfde kant op als wij. ’t Zou gezellig zijn. Wij gaan nu op weg naar de Serengetti. Een verschrikkelijke weg. Stof, kuilen en gaten, maar met een magnifiek uitzicht. Onderweg natuurlijk de talrijke Masaai bevolking gezien. Deze mensen hebben we in Dar es salaam ook al wel gezien, maar daar meer voor de toeristen. Onderweg van Dar naar de Ngorongoro hebben we ze in hun eigen habitat gezien en in het park zijn ze ook veelvuldig aanwezig. Ze hebben prachtig gekleurde gewaden aan. Diep paars, knal oranje, schitterend rood en ook de meest mooie ruiten. Ik hoop nog een paar lappen hiervan te bemachtigen. Onderweg naar de Serengetti zagen we nog tal van dieren. Veel giraffen, die hebben we gisteren in de krater niet gezien, en verder een beetje hetzelfde als we al gezien hebben, aangevuld met de geiten en koeien van de Massai. Het landschap vanaf de camping bergachtig, we moesten van 2400 meter natuurlijk een beetje gaan zakken en het was de opkomende zon die het fabelachtig mooi maakte. Hier en daar een mistbank. Het is bijna niet te bevatten zo fascinerend mooi. We hebben geen foto’s genomen, want het was een beetje tricky om ergens stil te gaan staan. Neem het maar aan dat het schitterend was. Op een gegeven moment veranderde de bergen in een grote vlakte, de voorlopers van de Serengetti. Eindeloze dorre vlaktes. Geweldig om hier te zijn. Je moet er natuurlijk van houden, maar ons boeit het en vinden het schitterend. Ook hier zagen we alweer talrijke beesten. De giraffen zijn hier weer anders dan we al eerder gezien hebben. Ze zijn hier donker van kleur en hun “vlakken”zijn kleiner. Wat zijn ze toch mooi, met die grote ogen en lange wimpers, om jaloers op te worden!
Bij de gate van de Serengetti weer in de buidel tasten. 140 US$, nog van de afgelopen nacht, en dan nu weer 200 US$ voor vandaag, incluis camping. Moeten we wel weer voor 10.00uur het park uit zijn anders moeten we weer eenzelfde bedrag betalen. Ja ze weten de prijzen hoor. Een 5 dagen in deze parken kost dus maar even 1000 US$!. Maar omdat je in de buurt bent, wil je er ook naar binnen toch? Alleen is het wel zuur om te weten dat de eigen mensen zo’n 1/3 van het bedrag dat wij betalen moeten neerleggen. Wij Europeanen hebben toch geld zat, denken ze hier. Daarbij komt ook nog eens 30 US$ voor campings, die niet de faciliteiten hebben die je mag verwachten voor dat geld. Maar ja. We reden natuurlijk dwars door het park naar “onze”camping maar hebben niets spectaculairs gezien. ’t Blijft natuurlijk geweldig. De camping ook hier stelde niet veel voor, maar ze hadden wel water. Eén douche werkte niet en bij de ander zat de kraan zo hoog dat je er een trapje bij nodig had! Wat wil je ook voor 30US$ p.p.toch? We zijn nog even een uurtje wezen “gamen” Niets verrassends gezien, alleen heb ik voor het eerst 4x4 gereden en op weggetjes, smal met veel gaten en kuilen en links rijden. Ik vond het best wel spannend en Frans maar roepen: kijk uit meer naar rechts, kuil en ga zo maar door. Maar ik kan natuurlijk wel zeggen dat ik in de Serengetti heb gereden. Of dat zo spectaculair is?????????? Voor mij dus wel. Weer een beetje het stof van ons afgespoeld op de camping en voelden onszelf weer een beetje fris, maar alles aan en in de auto was stof en ook de trailer was één en al stof. Er komen vast weer betere tijden. We moeten natuurlijk niet zeuren. Frans is weer een poosje gaan liggen en slapen is genezen denken we dan maar. Tegen het donker worden liep er nog een giraffe over de camping, mooi gezicht met de ondergaande zon. De foto’s zijn geloof ik mislukt.
Vrijdag 28 augustus, dag 232.
Vanmorgen zaten de bavianen al naast de tent klaar een paar meter van me vandaan en niet weglopen. We hebben er verder geen last van gehad gelukkig. Tijdens het ontbijt zagen we de meest mooie vogeltjes met de meest mooie kleuren. Voordat we het park uit moesten zijn we toch nog even rond gereden om wat wild te spotten en we hebben een paar leeuwen en een luipaard gezien. Dat je zo’n beest al ziet op zich is al een wonder. We zijn er op gewezen anders hadden we hem nooit gezien. Mooi om te zien. Geweldig dit park, alleen te duur, maar daar zijn we Mzungu’s (blanken) voor. Na een schitterende rit, maar wel ontzettend bochtig en hobbelig kwamen we uiteindelijk bij de gate aan. Eigenlijk moesten we nog 140 US$ betalen, maar de man daar vroeg of we het op een accoordje wilden gooien en dat hebben we gedaan. Wij 40 dollar minder betalen en de man 100 dollar rijker. Wat een corruptie, alleen wij doen er ook aan mee. Hij veranderde de tijd op de permit en keek sneeky naar het kantoor en wij drukten hem sneeky 100 dollar in zijn handen. We zijn naar de Serengetti stop over lodge, zo.n 2,5 km verder, gereden en hebben even een kamer geboekt, want alles was even vies en we wilden eerst een warme douche en een lekker bed. Een lekker bed kregen we, maar de douche werkte niet. We moesten maar een kwartiertje geduld hebben, de maintenance zou het euvel wel verhelpen, maar na een uur, nog geen water. Ik naar de receptie en twee mannetjes met me mee en proberen, nee geen water. Na een onderlinge discussie in het Swahili, mochten we verhuizen naar de next door room. Graag, maar eerst even checken of de douche het wel deed en ja deze deed het, niet echt van harte, maar er was warm water en een iets beter straaltje dan de andere douche. Heerlijk voelden we ons daarna weer en besloten gelijk in het restaurant te eten. We waren de enige gasten op het park, dus een speciale bediening voor ons. Alleen je voelt je wel bespied, want al die mensen kijken naar je. Is je glas al leeg? Kunnen ze al wat weghalen? Vinden ze het eten wel lekker? Nou dat was het zeker en we zijn zeer voldaan naar bed gegaan, alleen niet echt rustig geslapen, nog steeds vanwege Frans zijn gehoest en ik ben daar ook begonnen met niet lekker worden.
Zaterdag 29 augustus , dag 233.
Na een ontzettend uitgebreid en lekker ontbijtje we vertrokken richting noorden van Tanzania. Zo’n 80 km verderop. Omdat Frans zich nog niet lekker voelde besloten we om niet zo ver te rijden en alles weer een beetje op de rit zien te krijgen. De auto en trailer eens lekker schoon te laten maken enz. de was te laten doen en de dakdragers, waar de twee reserve wielen op rusten, waren doorgebroken. We zijn bij het Afrilux hotel aangekomen, en hebben een kamer geboekt. Eén van de gastjes daar wilde de auto en trailer wel wassen. Eerst zijn we naar een lasser op zoek gegaan. Aan een politie agent duidelijk proberen te maken, waar we naar op zoek waren, maar bijna niemand spreekt hier Engels en ons Swahili is nog steeds erg beperkt, maar we vonden een fiets reparateur, daar zijn er hier talrijke van. Deze had een lasapparaat en wilde ons wel helpen. We hadden veel bekijks en binnen een half uurtje was het zaakje gepiept en kostte het 1500 Tanzania shilling, ongeveer 7,50 euro. Hoef je bij ons niet om te komen toch? Geef je ze nog een fooitje en dan krijg je een brede grijns en zijn we beiden gelukkig. Verder houden we het rustig vandaag. De trailer was nog niet schoon (en dat zou ook niet meer gebeuren, dus de was er niet uitgehaald) de auto werd wel gewassen maar ook labberdepoepie. Het joch die het deed was een beetje simpel en snapte het allemaal niet zo. We zien morgen wel weer verder. In het hotel was het overal erg druk vanwege het voetbal en af en toe ging er een gejoel op, Dan was er een doelpunt voor een bekende club gemaakt. Ze zijn hier helemaal weg van Chelsee en ook Robert van Persie vinden ze een erg goede voetballer. ’t Zal wel.
Zondag 30 augustus, dag 234.
Al vroeg werden we gewekt door de moskee. We zullen weten dat we in een Moslim land zitten. Na een lekker uitgebreid ontbijtje zijn we gaan tanken en hebben de auto en de trailer aldaar schoon laten maken. ’t Zag er gelijk heel anders uit. We spraken daar een aardige , maar ontzettend dikke man, hij had twee en een halve stoel nodig om te zitten en deze werden dan ook voor hem neergezet. Hij was chauffeur op een mini bus en sprak heel goed Engels. Hij vertelde dat hij niet begreep dat zijn land zoveel arme mensen telde. Temeer omdat er zoveel nationale parken waren, die veelvuldig door vele mensen bezocht worden en die er grof voor moeten betalen. En dat er zoveel grondstoffen, zoals goud, koper, diamant e.d. waren. Maar de rijken worden rijker en de armen blijven arm. En dan nog niet te praten over de criminaliteit! Hij wist dat uit eigen ervaring, want hij is ’s avonds een keer overvallen en door zijn hand geschoten en zijn maat naast hem recht in zijn hart geraakt. Hij drukte ons echt op het hart om nooit en te nimmer ’s avonds de weg op te gaan, want dat is vragen om problemen. Dat doen we zo wie zo niet hoor. Will, uit Lusaka, had ons hier ook al voor gewaarschuwd en had ook al van die nare verhalen. Dit zijn we ook niet van plan te doen. Maar een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het is gewoon gevaarlijk ’s avonds, niet alleen criminaliteit, maar ook de fietsers zonder licht, mensen die op de weg lopen en de beesten.
Uiteindelijk waren de auto en trailer weer schoon en konden we alles weer opruimen. Frans had onze handdoeken even op het dak van de auto gelegd en vergeten. Toen we een 500 honderd meter verder waren, kwam er een politieauto achter ons aan die al knipperend met zijn lichten en toeterend ons wilde laten stoppen met allemaal mannen met geweren in de hand. Toen we dit deden zeiden ze dat we wat verloren waren bij het tankstation. Wij terug, en de manager van het tankstation ging al vragend op zoek naar onze handdoeken, maar de dader was reeds gevlogen en natuurlijk niet meer te vinden. Niemand had natuurlijk iets gezien. Nou ja, jammer van de fijne handdoeken en ik hoop dat de dader er gelukkig mee is. Dus maar weer en route. Een prachtige rit, mooi landschap, redelijke weg. De grens naar Kenia ging ook soepel en we zaten weer in een nieuw land en een schitterend visum rijker.
De mensen zien er hier netjes uit, anders dan in Malawi en Tanzania, waar alle vrouwen een aantal “Kanga’s”lappen om hebben. Hier dragen de vrouwen normale rokken of mooie jurken. Als je door een dorpje rijd weet je niet wat je zien. We dachten dat het in de andere landen erg was, maar Kenia spant de kroon. Zo’n enorme rotzooi langs de weg heb je van je leven nog niet gezien. Er is echt niemand die de rommel opruimt en iedereen gooit zijn troep maar neer en soms wordt het in brand gestoken met alle stank van dien. Niet te bevatten dit.
We zijn naar Kericho, de stad van de thee industrie gereden en hadden hotel Sunshine uitgekozen, midden in de stad, maar zij hadden geen plek om ons te “stallen”, dus doorgereden naar het Tea hotel, 2 km verderop. Dit hotel had ook een camping, dus dat was mooi. Het hotel zag er erg verwaarloosd uit, maar de tuin daarentegen zag er erg goed verzorgd uit. Prachtige bloemen en planten. De camping was een prachtig groen grasveldje met mooie struikjes. Het sanitair was bij het zwembad maar dat zag er niet al te fris uit, maar we hebben soms onze eigen voorzieningen. Net toen we ons tentje neergezet hadden begon het een partij te regen en omweren en dat bleef verder zo, dus lekker knus in ons tentje gezeten en vanwege de kou maar vroeg ons mandje ingegaan.
Maandag 31 augustus, dag 235.
We hebben het gehaald zonder kleerscheuren! We moesten een kleine 100 kilometer naar de volgende stopplaats en je wordt af en toe gewoon van de weg gereden. Levensgevaarlijk dat verkeer hier. Vrachtauto’s die voorbij komen denderen, terwijl er een tegenligger aan komt. En van de andere kant gebeurt dat natuurlijk ook. Je houd je hart soms vast en moet soms moeite doen om op de weg te blijven. Alles is gelukkig goed gegaan. En dan hebben we ook de vreselijke speedbumps nog. Er staat nergens een waarschuwing en de bumps zijn niet geverfd, dus als je niet goed oplet knal je er zo bovenop en wordt je bijna gelanceerd. “This is Africa man”. Maar behalve de idioten in het verkeer hebben we een adembenemende rit gehad. Dwars door de thee plantages, die zich zo ver uitstrekken als je kunt kijken. Keurig onderhouden, mooi groen en er waren hier en daar mensen bezig te oogsten. Regenpakken aan, want alles was nog nat van de regen en van de dauw, en op hun rug droegen ze een mand, waar de theeblaadjes in gingen. Het landschap is werkelijk schitterend. Later zagen we ook mais en vele andere soorten gewassen. Vruchtbaar land, Kenia. Ziet er allemaal gecultiveerd uit en allemaal mooi verzorgde kavels, voor zover we Kenia gezien hebben althans.
In de omgeving van de camping waar we nu zitten, wordt ook veel tarwe of koren of i.d. verbouwd. Eindeloze goudgele vlakten. We waren al vroeg op deze camping en hebben eerst een enorme grote schoonmaakbeurt gehouden, want alles zat nog steeds onder het stof. De auto en trailer zijn aan de buitenkant wel gedaan, maar binnenin is ook alles stof. De hele boel maar eruit en schoonmaken dus. De was was ook aardig achterstallig, dus ook die maar eens verzorgd. Voor een kleine $ 8,-- werd het meeste voor me gedaan en zelf heb ik de kleine was gedaan. Frans knapt inmiddels weer wat op, maar door zijn gehoest en geproest ben ik ook aangestoken en voel ik me inmiddels hondsberoerd en hoest als een idioot. Dus nu met zijn tweeën gammel. Als je ziek bent onderweg wil je het liefst naar huis, maar gelukkig duurt dit niet lang, hoop ik. De camping, Kembucamp, ziet er goed uit en ligt vlak naast een boerderij waar het één en al bedrijvigheid is. Ze hebben allerlei dieren, koeien, kalven paarden, kippen, en nog het een en ander. Er gebeurt van alles daar op het erf. We zitten ongeveer 20 kilometer van Lake Nakuru Nationaal Park, waar we morgen een kijkje gaan nemen. Weer een nationaal park, eigenlijk hebben we genoeg beestjes gezien, maar dit park heeft iets speciaals,flamingo’s en wel enorme aantallen miljoenen. Ook hebben ze boom klimmende leeuwen. Zeldzaam dus. Of we ze gaan ontdekken? We zullen het zien.
Er zijn 2 stel buren bijgekomen. Een stel Zuid-Afrikanen en een jong stel Zwitsers vlak bij ons. Zij zijn al 17 maanden (!!!!!!!!!!) onderweg en gaan over 2 weken naar Mombasa om hun auto te verschepen naar Italië. Als Thomas en Sylvi thuiskomen, hebben ze nog géén baan en geen huis, maar ze zijn goed onderlegd dus dat zal wel los gaan lopen met die twee. De werkeloosheid in Suisse is nog geen 3%, dat is erg weinig. Inmiddels regent het weer, niet hevig, maar ook niet aangenaam.
Dinsdag 1 september, dag 236.
Woensdag 2 september, dag 237
Donderdag 3 september, dag 238.
Behalve ziek zijn en schuilen voor de regen hebben we weinig gedaan. We zijn wel even naar een kliniek gegaan, want de antibiotica die Frans ingenomen had voor zijn longontsteking heeft niet echt aangeslagen. Een aardige jonge dokter, die ik niet verstond, niet omdat hij geen goed Engels sprak, maar door een oorontsteking, ook nog, was ik zo doof als een kwartel, heeft alles goed onderzocht en beluisterd en kwam tot de conclusie dat ik weer een ernstige bronchitis(?) had., net als aan het begin van onze reis. Eigenlijk niet zo gek, want dan zaten we weer in temperaturen boven de 35 en dan weer rond de vijf. Soms koud en vochtig en dat is niet goed voor je lijf. Ook het hoogte verschil komt daar denk ik nog bij. Frans kreeg ook een nieuwe antibiotica voorgeschreven, want vertelde de dokter de bacteriën in Kenia zijn anders dan in Nederland. ’t Zal best, als ze maar helpen. Ook een hoestdrankje voor beiden en voor 15 euro zijn we weer klaar. Na ons bezoek aan de kliniek zijn we naar het Nakuru park gegaan. Een mooi park met veel verschillende soorten landschappen. Savannes, lege vlakten, bossen, heuvels en een schitterend meer. Weer heel veel “beestjes”gezien, maar het mooiste waren toch wel de honderdduizende flamingo’s en pelikanen. Het meer zag echt helemaal roze door deze schitterend vogels. Er schijnt hier een flamingo populatie te zijn van 2 miljoen. Je kunt je voostellen wat een magnifiek gezicht dat is. Alle koppies dezelfde kant op, soms vliegen er een paar weg. Pelikanen zie je letterlijk dansen in de lucht. Ze vliegen in een lange slinger en maken prachtig sierlijke bewegingen. Een spectaculair schouwspel. Ook de zeldzame zwarte rhino gezien. Verder een beetje van hetzelfde. Je raakt er aan gewend zoveel dieren te zien en je vind het heel gewoon als er weer een leeuw in het gras ligt!!
Vrijdag 4 september dag 239.
Frans wilde persé naar Nairobi, omdat hij gewaarschuwd was dat ik misschien wel de “schweine flu” (mexicaanse griep) zou kunnen hebben, en de ziekenhuizen in Nairobi beter zijn dan de kliniek waar wij geweest zijn. Aldus boeltje nat ingepakt want het regende weer,en op weg naar Nairobi. Het was een prachtig ritje en gelukkig niet al te lang. Vreselijk uitkijken met al die Harikiri plegers hier op de weg, Ze rijden hier echt als maniakken. Links passeren, rechts inhalen, ook al is er maar een wegdeel. Al komen er tegenliggers. Wegwezen ik kom er aan en luid toeterend. Meestal zijn het de mini busjes en grote bussen die deze streken uithalen. Moet je nagaan, bussen vol met passagiers!!! Je zou er voor je verdriet nog niet in willen zitten. Wij zijn niet van plan om onze auto aan barrels te laten rijden natuurlijk. Frans is ook brutaal, je moet wel, dus zegt hij :”je moet je aanpassen en dan gaat het goed”. Zonder kleerscheuren zijn we bij de Jungle Junction campsite, midden in Nairobi aangekomen. Je verwacht het niet, maar het zag er goed uit. Een mooi grasveldje en veel lang opreis reizigers als wij. Naast ons staat een Frans gezinnetje met 2 kleine jongens en zijn nu 2,5 maand onderweg en hebben nog een jaar te gaan. Geven de kindertjes zelf les met een meegenomen pakket. De man spreekt wel een beetje Engels, maar het is moeizaam een gesprek met hem te hebben. Zij spreekt helemaal geen Engels,. Ons Frans is net zo goed als zijn Engels, moeten het weer eens ophalen. In Nairobu hebben we een schitterend mooi winkelcentrum ontdekt, waar je de meest luxe winkels en een enorm uitgebreide supermarkt in kunt vinden. Een lekker koffietentje waar je behalve heerlijke cappuccino ook nog lekker kunt eten. Genieten dus.! We zijn ook naar een soort opvang voor giraffen geweest. Was wel leuk en we mochten de giraffen brokjes voeren, waar ze maar geen genoeg van schenen te krijgen. Ook hadden ze er jonge beestjes van net 4 weken oud. Erg leuk. Overal in de parken zie je weer veel jonge beestjes.
Zaterdag 5 september, dag 240.
We voelen ons allebei weer een beetje opgeknapt, alleen het hoesten bij mij wil nog niet weg, maar het heeft zijn tijd nodig. Vanmorgen gingen we naar een opvang voor jonge olifantjes, alleen toen we daar aankwamen, hadden we nog een kwartiertje om naar binnen te mogen. Per dag maar één uur open. Jammer, dan maar niet. We zijn daarna maar een beetje de stad gaan verkennen en hebben nog een paar andere winkelcentra gezien, zo mogelijk nog mooier en luxer. Een ervan hebben we bezocht en er waren de meest luxe winkeltjes, restaurantjes, ijstenten en noem maar op. Ook prachtig aangelegen met mooie water partijen! Heel erg mooi en wat een contrast weer met de buren een paar honderd meter verderop. Die zitten op straat hun ”handel” te verkopen en hebben geen luxe winkelpandje, en die tussen het afval zitten, dat ze ook nog eens verbranden en daarom in de rook van hun eigen vuil zitten. Ik kan nog niet zeggen dat Nairobi een mooie stad is. We hebben er nog niet zoveel van gezien. Behalve de winkelcentra is het overal een smerige bende, maar de ambassade buurt, waar de huizen erg groot en mooi met prachtig aangelegde tuinen, grote hekken met elektrische bedrading beveiligd zijn en quards aan de poort staan. Ja dat ziet e goed uit.
We blijven morgen nog een dagje in Nairobi en zakken dan af richting Mombasa.
Zondag 6 september, dag 241.
Weer naar een ander winkelcentrum gereden en we hebben ons verbaasd over de onuitsprekelijke luxe hier. Prachtig aangekleed, schitterende winkels en ook in deze mall zat een supermarkt, die zo mogelijk nog groter en uitgebreider was dan de andere die we gezien hebben. Wat is Kenia toch arm! De ministers hier krijgen zo’n 17.000 euro per maand! De familie van die ministers krijgen allemaal een Landcruiser a € 45000 ook al bestaat de familie uit 50 mensen dus………..En dan in Europa klagen dat ze het zo slecht hebben. Ja, de normale bevolking die hebben het arm, maar de rijke top hebben het erg goed, want hun familie krijgt hier ook het nodige en bovenal krijgen ze een eigen plot om op te bouwen. Oneerlijk verdeeld allemaal! En wij willen Afrika verbeteren? Gaat echt niet lukken hoor. Een paar meter verderop staan er mensen te bedelen en dat is best schrijnend, maar helaas kunnen wij de wereld niet verbeteren, maar het is wel eens goed dit soort dingen te zien.
We zijn nu ook in hartje Nairobi geweest, waar prachtige grote moderne gebouwen staan en het lijkt net “een echte wereldstad”. Sinds Zuid-Afrika zijn we weinig meer van dit soort steden tegengekomen. We hebben Nairobi even opgesnoven en het was er erg druk maar wel leuk.
We houden verder een rustige dag en op de camping staan nu nog maar drie auto”s, dus hier is het ook rustig. Dus een dagje om ons verslag bij te werken, want daar is weinig tijd voor geweest de laatste tijd. Een groot deel is weg, maar ik heb het niet meer gered alles in te tikken. Dus wordt vervolgd.
Maandag 7 september, dag 242.
We hebben een lange rit achter de rug. Niets spectaculairs gebeurd of gezien onderweg. Er loopt een weg dwars door Tsavo national park, maar we hebben geen beest, zelfs geen vogeltje gezien. Frans had een camping iets ten zuiden van het park opgezocht, maar het was nog zo vroeg dat we besloten door te rijden naar Tiwi beach aan de Indische Oceaan. Dit strand ligt iets ten zuiden van Mombassa en je moet de pont bij Mombasa nemen om er vanaf deze kant te komen. Het was een hele zit, maar het was redelijk rustig op de weg en af en toe werd er aan de weg gewerkt en moesten we via een by pass rijden, met kuilen en hobbels en stof. En dan Mombassa! Een belevenis. Er wordt in de boeken gezegd dat Mombasa een erg vriendelijke stad is, maar als je er doorheen rijdt ervaar je echt iets Andes. Ten eerste is het verschrikkelijk druk, en iedereen rijdt er vreselijk agressief. Als onervaren chauffeur moet je hier echt niet rijden, want dan wordt je gillend gek. Ik ook bijna! Frans verblikt of verbloosd hier echter niet van en laat zich meevoeren met de stroom, toetert net zo hard als de andere weggebruikers en rode stoplichten, Daar moet je vooral niet voor stoppen anders veroorzaak je een kettingbotsing. Waar ze dan toe dienen is mij een raadsel. Het veer ging allemaal soepel, want er voeren drie pontjes, dus dat schiet op. Na de pont nog een kleine 20 km rijden voordat we via een honken bonken pad (dirt road)bij de Twiga lodge aankwamen. De mooie plekjes op het strand waren natuurlijk al bezet, maar met een goede tweede staan wij wat hoger ook op een mooi plekje. Het sanitair ziet er niet uit, maar we hebben water en dat is ook wat waard.
Dinsdag 8 september, dag 243.
Eindelijk zien we weer eens een strak blauwe lucht. Dat is alweer een tijdje geleden. Veel buitjes gehad de laatste tijd. Het is tenslotte “kleine regentij”zoals men dat hier zegt. Ook kou hebben we gehad, maar dat is nu weer even verleden tijd. We hebben vandaag maar weer een relaxdag ingelast, want na zo’n rit van gisteren, moeten we toch even bijkomen.